Wie een tijd heeft stilgestaan door een blessure, wil vaak zo snel mogelijk terug naar de sportschool. Dat is begrijpelijk, maar ook precies het moment waarop het vaak opnieuw misgaat. Spieren rond een geblesseerd gewricht zijn verzwakt, de coƶrdinatie is minder, en het weefsel dat hersteld is, kan nog niet de volle belasting aan.
Medische fitness is bedoeld om die overgang tussen behandeling en zelfstandig trainen te overbruggen. Je traint met apparatuur en vrije gewichten zoals in een gewone sportschool, maar onder begeleiding van een fysiotherapeut die weet wat je blessure was en wat je lijf op dit moment aankan.
Wat medische fitness anders maakt
In een reguliere sportschool krijg je meestal een standaard schema, soms na een korte intake. Bij medische fitness begint het met een onderzoek naar je klacht, je beweeglijkheid en je kracht. Op basis daarvan stelt de fysiotherapeut een programma op dat rekening houdt met wat je wel en nog niet mag. Na een kruisbandoperatie bijvoorbeeld bouw je de belasting op de knie in fasen op, met testen tussendoor om te kijken of je klaar bent voor de volgende stap.
Een tweede verschil is de begeleiding tijdens het trainen. Er loopt een fysiotherapeut rond die je techniek corrigeert en het schema bijstelt als iets pijn doet of juist te makkelijk wordt. Groepen zijn meestal klein, zodat er tijd is voor iedereen.
Voor wie het zinvol is
Medische fitness is geschikt voor mensen die na een sportblessure of operatie weer willen opbouwen, maar ook voor mensen met langdurige klachten zoals rugpijn, artrose of een verminderde conditie na een ziekte. Voor die groepen is het vaak lastig om zelf in de sportschool de juiste belasting te vinden: te weinig levert niets op, te veel kan klachten verergeren.
Bij sommige chronische aandoeningen kan medische fitness onderdeel zijn van een behandeltraject. Of en hoe het vergoed wordt, verschilt per verzekeraar en per polis. Vraag dat vooraf na bij je zorgverzekeraar. Heb je twijfels of trainen in jouw situatie verstandig is, bespreek dat dan eerst met je huisarts of behandelend specialist.
Zo ziet een opbouw er vaak uit
Een traject begint meestal met twee keer per week een uur trainen. In de eerste weken ligt de nadruk op beweeglijkheid, stabiliteit en lichte krachtoefeningen. Denk aan oefeningen op een balanskussen, met elastieken of op de beenpers met een laag gewicht. Naarmate je sterker wordt, gaan de gewichten omhoog en komen er oefeningen bij die meer lijken op je eigen sport, zoals springen, draaien of sprinten.
Veel fysiotherapeuten werken met meetbare doelen. Je kracht in het geblesseerde been wordt vergeleken met het andere been, of je moet een bepaalde sprongtest halen voordat je weer mag voetballen. Dat geeft houvast en voorkomt dat je terugkeert op gevoel alleen. Praktijken zoals Fysiotherapie Leuvehaven in Rotterdam bieden medische fitness aan als vervolg op de behandeling, zodat je met dezelfde therapeut verder kunt.
Daarna zelfstandig verder
Het doel van medische fitness is dat je uiteindelijk zelf verder kunt. Tegen het einde van het traject krijg je een schema mee dat je in een gewone sportschool of thuis kunt volgen. Vraag daarbij gericht welke oefeningen je moet blijven doen om terugval te voorkomen, en hoe vaak. Vaak zijn dat een paar eenvoudige oefeningen voor heup, knie of romp die je twee keer per week tien minuten kost.
Merk je na een paar maanden dat oude klachten terugkomen, wacht dan niet tot het weer zo erg is als eerst. Een kort controlebezoek bij de fysiotherapeut is vaak genoeg om het schema bij te stellen. Op fysiotherapie-leuvehaven.nl lees je welke vormen van fysiotherapie er in zo’n praktijk verder mogelijk zijn.
